Wanneer ken je een woord?

Elycio Talen beschikt over zo’n 250 trainers die taal- en cultuurtraining geven aan een breed scala van bedrijven en instellingen. Al onze trainers zijn native speakers en kennen de zakelijke cultuur van binnenuit. Ze zijn gespecialiseerd in specifieke sectoren als financiën, marketing of techniek. In een serie blogs geven we u een kijkje in de keuken van een aantal van onze taaltrainers. Deze keer neemt een taaltrainer Nederlands bij Elycio Talen ons mee in de wereld van ‘Het leren kennen van woorden’.

Wanneer ken je een woord?
"Een woord kennen is niet hetzelfde als weten wat een woord betekent. In mijn trainingen zie ik daar vaak het bewijs van. Soms begrijpen mijn deelnemers een woord prima als ik het op het bord schrijf, maar vragen ze me even later wat datzelfde woord nou betekent wanneer ik het gebruik in een vraag of gesprek. Omdat ze het woord op papier herkennen, maar niet in een gesproken zin. Of omdat ze nog niet goed weten hoe je het woord uitspreekt. Het gebeurt ook regelmatig dat ze zeggen 'ik heb dat nog nooit gehoord', terwijl ik weet dat het in de vorige training op het bord heeft gestaan. Dat is normaal. Om een woord te onthouden, moet je het gemiddeld 7 keer tegenkomen. En dan ken je waarschijnlijk nog steeds niet alle aspecten van dat woord.

Om een woord écht te kennen zijn er veel dingen waar je rekening mee moet houden: Is het een werkwoord, een zelfstandig naamwoord, welk lidwoord hoort erbij, welk voorzetsel? Met welke woorden wordt het vaak gecombineerd? Zelfs als je dit allemaal hebt geleerd over een woord, kun je in de praktijk nog in verwarring raken. Ik neem het Nederlands even als voorbeeld, maar de adviezen hieronder zijn van toepassing op het leren van elke willekeurige taal.

Verschillende contexten
Neem bijvoorbeeld het woord “bloem”. Het woord lijkt simpel, maar heeft in verschillende contexten een verschillende betekenis (“meel” of “deel van een plant”). Daarnaast kan een verschil in klemtoon een verschil in betekenis opleveren: denk aan “vóórkomen” en “voorkómen”. Sommige woorden worden anders uitgesproken dan je zou verwachten (“lelijk” (leluk), “grappig” (grappug), “beer” (bir), etc.).

Simpelweg stampen is niet genoeg
Er zijn dus een heleboel aspecten aan een woord die je door oefening moet leren. Simpelweg een woordenlijst erin stampen is niet genoeg. Stampen helpt, maar je moet het woord vooral veel en op verschillende manieren tegenkomen. Gelukkig bestaan er goede leermethodes die helpen bij het leren van nieuwe woorden. Ze laten de woorden steeds terugkomen, zodat je ze op een gegeven moment herkent. Eerst zie of hoor je het nieuwe vocabulaire in teksten of luisteropdrachten. Daarna leer je het door bijvoorbeeld invuloefeningen. Zo raak je vertrouwd met de woorden. Gerichte schrijf- en spreekoefeningen helpen je om de woorden actief te gaan gebruiken. En uiteindelijk hoop je als trainer dat je studenten ze gaan gebruiken in vrije spreekopdrachten en in de praktijk.

Wat kun je nu zelf doen om woorden in een andere taal te leren?

1. Bedenk bij het leren van woorden:
- Wat betekent het woord? (bijvoorbeeld “regering”)
- Wat voor woordsoort is het? (zelfstandig naamwoord)
- Hoe wordt het uitgesproken? (“ruggeering”) - Luister naar de audio die bij je leermethode hoort om dit te checken of vraag het aan je trainer.

2. Doe de oefeningen uit je cursusboek die je helpen om de woorden te leren.

Typische vocabulaire-oefeningen zijn opdrachten waarbij je moet kiezen welke betekenis bij welk woord hoort, of waarbij je afbeeldingen met woorden moet verbinden. Vaak ook moet je woorden invullen in zinnen.

3. Zoek naar teksten of filmpjes waarin de woorden zouden kunnen voorkomen. Als je bijvoorbeeld woorden rond het thema ‘regering’ leert, is het kijken van het journaal of het lezen van krantenartikelen waarschijnlijk een goed idee. Of tik een zoekwoord op YouTube of Google in, dan krijg je vanzelf informatieve filmpjes of teksten waar het woord in voorkomt.

4. Maak flashcards. Dit zijn kaartjes met op de ene kant een woord en op de andere kant een betekenis. Dit kan fysiek of digitaal. Er zijn op internet verscheidene programma’s voor te vinden. Je kunt soms zelfs andermans flashcards gebruiken: kijk bijvoorbeeld eens op quizlet.com. (Maak op deze website een account of gebruik de zoekbalk om woordenlijsten te vinden. Soms vind je er een als je de naam van je studieboek intypt.)

5. Zoek iemand met wie je kunt oefenen en probeer de woorden in de praktijk te gebruiken. Het is leuk als je iemand kunt vinden die de taal die je leert als moedertaal heeft, maar je kunt ook met je mede-studenten afspreken buiten de training. Schrijf de woorden die je wil leren op en gebruik ze in een gesprek.

Veel plezier bij het leren kennen van woorden!"